Snoeien is verslavend
zo 26 mei 2019
By: Wouter
In: Vlechtwerk
Tags: #verhaal #denkpatroon #recent

  Estimated read time: 11 min.


Snoeien is verslavend

De huizen waar ik als student woonde hadden tuintje van ongeveer drie vierkante meter. De buurman verzorgde zijn lapje grond met meer liefde en plezier dan hij aan zijn vrouw besteedde. Het tuintje voor zijn huis was zijn grooste trots. En, niet dat het heel moeilijk was, het tuintje van de buurman was een pareltje in onze straat. Waar de meeste voortuintjes bestonden uit een aantal tegels waar je makkelijk een kliko op kon rijden of handig even je fiets kon stallen was de buurtuin een weelde aan groen, bloemen en een keurig, zuid-europees aandoend, paadje naar de voordeur. Ik was een beetje jaloers op het tuintje. Bij ons was het een rommeltje waar het onkruid welig tierde en een oude fiets dapper weerstand bood tegen verroeting en verval. Die fiets lag er al toen ik in het huis kwam wonen, net als de rommel in de achtertuin overigens.

Op een ochtend tref ik de buurman in zijn tuintje, hij is bezig met een snoeischaar. Alsof het een reuzebonsai is worden her- en der van een struik takjes weggehaald. Perfectie is niet meteen te zien aan het resultaat maar wel te merken aan het geduld en de nauwkeurigheid waarmee de buurman zijn werk doet. Ik had altijd al waardering voor zijn werk gehad, elke keer als ik de voordeur uitging. Nu ik sinds een aantal maanden de grote kamer aan de voorkant bewoonde was die waardering alleen maar gegroeid. Mijn uitzicht werd er deels door bepaald. Het andere deel van mijn uitzicht was de zooi in onze eigen voortuin. Ik gooide het boek waar ik in zat te bladeren als voorbereiding voor een tentamen weg en opende mijn raam.

"Ha, buurman, ik moet toch eens zeggen dat ik het geweldig vind dat jouw tuintje zo mooi is. Nu ik hier in deze kamer woon geniet ik er echt van." De buurman keek op van zijn werk.

"Oh, joh, bedankt. Het is voor mij ook een soort ontspanning om dit te doen. Fijn dat je er ook van kan genieten."

"Het doet me een beetje aan thuis denken. Mijn moeder hield de tuin ook met zoveel liefde bij. En bij onze buren stond ook zo'n zelfde struik met van die kleine bloemetjes. Toen die werd weggehaald omdat hij te groot werd was dat wel even schrikken hoor."

"Nou, deze wordt ook al te groot voor de plek waar die staat," zei de buurman terwijl hij er een takje vanaf knipte, "en eigenlijk moet ik proberen niet teveel te snoeien. Snoeien is verslavend en voor je het weet heb je de ziel van een struik weggeknipt. Deze moet gewoon wat meer ruimte hebben."

"Als je een plekje zoekt als die te groot wordt wil ik er wel een stekkie van adopteren om bij ons in de voortuin te zetten hoor. Met alle plezier ruim ik de rommel hier op," en ik klom het raam uit om te kijken hoeveel werk het zou zijn. Op zich viel het mee, de tuin was voorzien van stoeptegels die voornamelijk als onkruidremmer hun werk deden.

"Prima idee, als je ruimte hebt kan deze in z'n geheel naar een andere plek," lachte de buurman, "maar groeit er wel iets in jullie tuin? Alleen onkruid en fietsen zo te zien!"

"Als je een paar werkhandschoenen hebt die ik kan lenen zal ik eens een poging wagen om het wat leger te maken hier."

Binnen een uurtje was de fiets naar de achteruin verplaatst en lag het onkruid op een hoopje. Aan de straatkant, tegen de tuin van de buren aan, had ik een aantal tegels weggehaald. De grond was ontdaan van wortels en andere scheuten en verrijkt met tuinaarde van de buurman. Samen kregen we het voor elkaar om de te grote struik een plek te zetten waar hij het best tot zijn recht kwam. Net toen we klaar waren hoorde ik een bekende stem.

"Joh, ik dacht dat jij zo nodig moest leren voor je tentamens. Ben je toch op de landbouwschool terecht gekomen?"

"Nou, hij heeft wel talent hoor," de buurman wiste zijn voorhoofd af met een zakdoek, "geef jij nog even een beetje water? Je kan de slang bij ons uit de voortuin pakken. Elke dag een paar liter en hij overleeft het wel."

"Prima, fijne middag nog!" De buurman vertrok en ik richtte me op Cobi die in mijn vensterbank was gaan zitten.

"Nou, niks mis met een beetje meer groen in mijn uitzicht."

"Absoluut een verbetering zo! Eigenlijk moet er nog wat voor en om de struik heen, anders is het ook zo kaal en staat het binnen de kortste keren weer vol met onkruid."

"Verassend dat je ook al talent hebt voor landschapsarchitectuur op micro-level," ik gooide de handschoenen naar Cobi en pakte een fles drinken, "laat die handen maar wapperen, een visionair zonder actiebereidheid is een zwemmer zonder bad, heb ik ooit een filosoof horen zeggen."

"Wat een mafketel, je moet niet naar iedereen luisteren," grijnzend begon Cobi nog een aantal tegels te verwijderen. De tegels lagen op twee stapeltjes. Ongeveer de helft van de tuin was omgespit en verrijkt toen we ons begonnen af te vragen wat we moesten gaan planten. Ik gooide het onkruid in de kliko achter in onze tuin. Van de struiken die er stonden knipte ik de langste takken af om het pad naar de achterdeur een beetje begaanbaar te maken. Dat daar nog het nodige moest gebeuren om er een keer te kunnen barbequeen was duidelijk, en dat er lange tijd niemand gebruik had gemaakt van de groene bak werd me heel snel duidelijk toen ik de verrotte drab zag waarmee de bak ongeveer half gevuld was. Ik liet het zien aan Cobi, die meteen een glinstering in zijn ogen kreeg, die was zo smerig daar moest hij wel iets mee.

"Je hebt flink gensnoeid hier, gooi maar niet alles in de bak, dat wordt zo'n zooi."

"Ja, zoals mijn buurman vanmiddag al zei; snoeien is verslavend. Gelukkig kon ik zijn snoeischaar lenen, niet vergeten om die morgen even terug te brengen."

"Ik weet het niet hoor," zei Cobi terwijl hij met een lange tak in de drabberige vloeistof aan het roeren was, "maar de gemeente gaat deze kliko in z'n huidige staat noet legen. Die moet eerst schoon gemaakt worden."

"Laat die bak toch staan, ik heb op dit moment aan niemand een hekel en de inhoud van de bak kunnen we later altijd nog een keer ... eh ... verzilveren. Van tentamens leren komt vandaag toch niks meer, het is te laat aan het worden om er nog aan te beginnen. Zullen we even een biertje gaan doen bij Cafe De Houten Kutmongool? Misschien kunnen we op de terugweg wel ergens winkelen." Cobi snapte meteen wat de bedoeling was.

Ik trok een schoon shirt aan, deed een rol vuilniszakken en een klein schepje in mijn rugzak en we gingen op weg. Het cafe, waarvan ik de echte naam niet eens kende, lag aan de rand van het bos. We noemden het zo omdat midden in de ruimte een enorm houten beeld van een indiaan stond. De ogen van de indiaan stonden net wat te dicht bij elkaar en, nou ja, je snapt dus wel waar de bijnaam die we het cafe gegeven hebben vandaan kwam. De wandeling naar het cafe kon op twee manieren. De weg die we heen liepen ging langs de doorgaande weg. Saai maar efficient. We dronken een paar lekkere triples, kletsten wat met de stamgasten en tegen het vallen van de avond zegden we de mensen vriendelijk gedag om in het bos een dikke joint te roken.

De terugweg ging via de alternatieve route, door de villawijk die aan de andere kant tegen het bos aan lag. Het was een beetje om maar dat was geen probleem. We waren verdoofd genoeg om ons daar niks van aan te trekken. Door aan de kant van het bos te blijven hadden we zicht op de achtertuinen van de kapitale villa's. Zo konden we goed zien wat er allemaal groeide. Al snel hadden we een paar mooie planten uitgestoken en in plastic in de rugzak zitten. We zorgden ervoor dat de diefstallen niet al te opzichtig waren en namen alleen planten mee die een beetje uit het zicht stonden. Die wel wat ruimte om te shinen konden gebruiken. Bij een van de laatste huizen gingen we het bos uit en via een smal fietspad richting de dichtere bebouwing van onze eigen wijk.

"Deze ook nog," Cobi klom over het hek van de tuin waar we langs liepen en begon te scheppen. Zijn doel was een klein struikje dat weggemoffeld tegen het hek stond weg te kwijnen.

"Van mij hoeft het niet zo nodig hoor, we hebben wel genoeg en de rugzak begint aardig zwaar te worden."

"Nou, dan gooi ik deze nog wel over mijn schouder," Cobi trok het kleine, vrolijke plantje uit de grond, "geef eens een zak."

Het licht in de tuin ging aan en voor Cobi de zak met het plantje erin over het hek kon gooien hoorden we het geblaf. Met een lenigheid die je niet zou verwachten van iemand die de halve dag had zitten drinken zwaaide Cobi over het hek, net voor de hond hem bereikte. Al snel stond ook de baas van de hond bij het hek te turen. Cobi en ik waren in de bosjes gaan zitten om te kijken wat er zou gebeuren.

"Ik ga niet weg zonder die plant," fluisterde Cobi.

"Je bent knettergek, we hebben genoeg en ik heb geen zin om me in mijn flikker te laten bijten door een doorgefokte huishond die eindelijk een keer geen straf krijgt als hij zijn tanden laat zien."

"Joh, die hond kan niet over het hek en tegen de tijd dat ze helemaal om het huis zijn heengelopen zijn wij al lang weg."

"Met de plant," voegde hij er nog aan toe.

De man ijsbeerde door zijn tuin maar kon ons niet zien. Blijkbaar had hij de vuilniszak met plant erin ook niet gezien, en was de hond geen echte speurneus want al na een paar minuten ging de man weer naar binnen. Cobi griste de zak onder het hek door en we vervolgden onze weg.

"Daar! De dieven!" Werd er geschreeuwd. De man en zijn hond waren aan de voorkant het huis uit gekomen en door stom toeval had hij ons gezien. Cobi en ik zetten het op een rennen. De zak met de plant scheurde en de inhoud lag op de stoep. Cobi riep een vloek en rende zonder plant door. We schuilden in een tuin achter een schuurtje.

"Die plant kunnen we toch niet meer in de voortuin zetten, valt teveel op." Ik had het gevoel dat Cobi troost nodig had.

"Die kloot met zijn hond heeft het goed verpest," Cobi hijgde. Ik vond het wel grappig allemaal. Cobi kon niet zo goed rennen, en daar baalde hij van. Waarschijnlijk was dat een van de redenen dat hij zich gespecialiseerd had in stiekem gedoe, en hij kon zich heel goed verstoppen. In dit geval was dat talent onze redding, want de man en hons waren ongeveer net zo snel verdwenen als ze waren verschenen. Dit keer dezen we voorzichtig en zonder verdere problemen kwamen we thuis.

De planten stonden, en het voortuintje was een echt voortuintje aan het worden. Cobi had een nieuwe joint gedraaid en ik had een tevreden gevoel over vandaag. MIjn tentamen was er een beetje bij ingeschoten maar wat ik er voor terugkreeg was een beter uitzicht voor als ik het hertentamen ging leren. Een beetje slaperig van de alcohol en THC fantaseerde ik over een weids uitzicht over groene velden met struiken en bloemen.

"En nu is het laat genoeg," Cobi was gaan staan en de actiebereidheid straalde er vanaf, "die kloot ligt nu vast al te slapen, en zijn kuthond ook."

Dit kon niet veel goeds betekenen.

"Wat ben je van plan?"

"Geef eens een vuilniszak," Cobi had blijkbaar nog geen zin om zijn plan te delen en ik gaf hem waar hij om vroeg. Hij griste de snoeischaar van tafel en stak die in zijn zak. Hij liep naar buiten en was best lang weg. Zo lang dat ik begon te vermoeden dat hij verdwenen was, wat wel vaker gebeurde, of zonder mij zijn ding aan het doen was. Ik dommelde een beetje weg tot ik hoorde dat er op het raam geklopt werd.

"Kom je?" Ik zag de gestalte van Cobi de straat uitlopen richting de villawijk. Hij had een zware zak in zijn hand.

"Wat gaan we doen?" Vroeg ik toen ik hem had bijgehaald.

"Ik heb er in elk geval voor gezorgd dat jullie groenbak weer te gebruiken is, als je er even de tuinslang doorhaalt." Hij hield de zak omhoog en ik hoefde niet te raden wat er inzat. En ook hoefde ik niet te raden waar we heen gingen.

We vonden al snel wat we zochten in de doodstille villawijk. Met de snoeischaar ontdeden we alle struiken die aan het fietspad groeiden in het tuintje van de hondeman van hun takken.

"Snoeien is verslavend," lachte Cobi die een paar lange takken met wat dunne twijgjes aan elkaar bond. Hij knoopte de zak met inhoud aan de twijgjes vast en zette die tegen de voordeur van de hondeman. De stellage stond zo opgesteld dat de zak kapot zou scheuren en naar binnen zou vallen als je de deur opendeed. Tevreden bekeken we ons werk. In de tuin van de man lag een aardige berg snoeihout en de stellage bij de voordeur stond op scherp.

"De fik erin?" Cobi knikte alleen en ik stak een paar kranten die we onderweg gevonden hadden brandend in de hoop verse takken. Het hoefde niet te gaan fikken als het maar rookte. En dat deed het. Ter verhoging van de feestvreugde duwde ik op de bel en maakte me uit de voeten. Het schouwspel was de moeite waard en lang voor de hondeman zich realiseerde wat er precies aan de hand was lag er bij hem in de gang een grote plas rottende platenresten en rookte zijn voortuin alsof er een demonstratie tegen kleinburgerlijkheid aan de gang was.

Cobi en ik waren toen al lang weer in onze eigen buurt. We staken tevreden nog een jointje aan, in het op een na mooiste tuintje van de straat.