Rozen
ma 28 januari 2019
By: Wouter
In: Stories
Tags: #verhaal #shiny

  Estimated read time: 4 min.


Rozen

Sarah had geen zin om naar huis te gaan. Ze zat wat doelloos achter haar bureau te staren naar een rapport wat écht af moest. Zo’n rapport wat naar allerlei hotemetoten gestuurd zou worden en meteen, ongelezen, in de prullenbak zou verdwijnen. Dat was haar werk. En al klinkt het nogal stompzinnig, het was leuker dan naar huis gaan. Zeker op een dag als vandaag.

“Hee, ben je er nog?” De totaal overbodige vraag werd van schuin achter Sarah gesteld, dus de vragensteller was binnengekomen via de deur tussen haar kantoor en die van het RISK-team. Het was Robbie als ze geluk had en anders was het Nick. Ze hadden dezelfde stem, werkten in de ruimte naast haar en de ene was leuk en de andere een lul met vingers. Langzaam draaide Sarah zich om.

“Nee, joh, ik ben er al de hele dag niet,” Sarah klonk verveeld. Ze wist dat Robbie een grapje wel kon waarderen, en dat Nick het letterlijk zou nemen.

“Eh, hoe kan het dan dat je hier bent?”

Zonder nog een woord te zeggen draaide Sarah zich om. Ze logde uit en stond op. Haar gezelschap had haar het laatste duwtje gegeven, ze ging er vandoor. Op de fiets naar huis nam ze zich voor om de waarheid onder ogen te zien en nuchter naar bed te gaan. Het zou niet makkelijk zijn. Ze was al een tijd niet meer helemaal nuchter geweest en uitgerekend vandaag schreeuwde haar lichaam en gemoed om totale verdoving. In plaats daarvan ging ze de supermarkt in. Ze kocht een salade en een volkoren broodje.

Thuis zette ze muziek aan. Niks paste goed bij haar stemming. Ze liet het algoritme kiezen. Het deuntje kwam haar vaag bekend voor. Met een warm broodje en de salade ging ze op haar balkon zitten. Het was het recept voor een prima avond en ze voelde zich best tevreden. Trots op haar besluit om zich niet vol te laten lopen en op de bank in slaap te vallen. Ze vroeg zich af wat je verder kon doen met een avond. De telefoon wekte haar uit die mijmering.

“Hoi mam,” ze kreeg een brok in haar keel, “hoe is het?”

“Och, je weet wel.” Aan de andere kant van de lijn werd een sigaret aangestoken.

“Hoe is het met papa?”

“Ik weet het niet, hij zit in de tuin, ik ga zo weer bij hem zitten. Er brandt een vuurtje in de vuurkorf, het had zomaar een mooie avond kunnen worden.”

Sarah zei niks, ze had willen schreeuwen dat het een mooie avond wás! Het was godverdomme een van de mooiste avonden van de week. De zon was net onder en de lucht kwam tot rust in de meest fantastische kleuren die een mens zich maar kon voorstellen. Zeker als je gewend was aan smerigheid in veertig tinten grauw van de stad.

“Zal ik je papa nog even geven?”

“Dat is goed, mam, hou jij het een beetje vol?”

“Ja hoor, je vader en ik zijn samen. Jij zit daar maar alleen, terwijl je bij je familie ...”

“Niet weer!” Sarah kapte het af. “Ik heb hier zelf voor gekozen, ik moet ook gewoon verder en ik heb het prima naar mijn zin hier. Dit hoort er gewoon bij.”

“Ok, ok! Ik stop en zal je even doorgeven. Kus.”

Ze hoorde gemompel en geruis. Haar moeder liep de tuin in. Soms verlangde ze naar die warme, verstikkende, allesomvattende deken. Dat er voor haar gezorgd werd. Van de maaltijden, tot de afwas, tot de manier waarop ze haar verdriet mocht beleven. De zinloosheid van haar beslissing om weg te gaan had vooral haar vader geraakt.

“Hey moppie,”

“Hai, hoe staan de rozen erbij?”

“Prima, het is een mooi jaar.” Het bleef stil, haar vader zocht naar woorden. Hij had duidelijk geen zin in ruzie, en over het algemeen kon hij dan maar beter niks zeggen. “Als je langskomt snij ik er een paar voor je af, ze staan zeker twee weken als je een beetje voor ze zorgt.”

“Dat zou ik leuk vinden.”

“Ik ook, ik zie je al zo weinig de laatste tijd.”

“Met een bos rozen ben ik wel te lokken hoor. Zal ik volgend weekend naar jullie toe komen?”

“Prima, dan zie ik je volgend weekend.”

“Doeg pap, zorg je goed voor mama?”

“Zeker, moppie, kus.”

De telefoon lag met het scherm naar beneden op de rand van het balkon. Als er nu iemand zou bellen zou Sarah het pas zien als het ding trillend over de reling zou donderen. Het interesseerde haar niets. Nog geen halve minuut na het telefoongesprek met haar ouders opende ze een fles whiskey. Sarah nam een slok. Ze proefde haar tranen. In haar keel, in haar neus. In haar leven. Ze hoopte dat haar telefoon zou vallen zodat ze nooit meer zou hoeven bellen.