Een volle blaas
di 30 juli 2019
By: Wouter
In: Stories
Tags: #verhaal #shiny #sci-fi

  Estimated read time: 8 min.


Een volle blaas

Mario moest nodig plassen. Het was vroeg en het was koud buiten dus stelde hij het zo lang mogelijk uit. Hij wist ook best dat hij het moment dat hij echt zijn dekens open moest slaan niet eindeloos kon uitstellen. Niemand kan zonder plassen en zeker niet in de ochtend na een avondje bier. Het was te gezellig in de kroeg, en hij was iets te laat thuis gekomen. Mario baalde soms een beetje van zichzelf. Hij had niet altijd het vermogen om zich aan zijn eigen afspraken te houden, wat dus resulteerde in ochtenden zoals deze. Ochtenden waarop hij ligt te twijfelen of hij moet gaan plassen, met zijn voeten op de koude tegels, of moet wachten tot hij barst.

De vloer van de wc was echt heel koud. Zijn voeten voelden aan de onderkant verdoofd maar zijn blaas begon minder te knellen nu de plas eindelijk stroomde. Als de druk een beetje minder begint te worden realiseerde hij zich dat de vloer wel erg koud is. Zo koud had hij niet verwacht. Eigenlijk had hij verwacht dat hij zich een beetje lag aan te stellen en dat de kou best aangenaam zou zijn. Tijdens het uitdruppen vouwde Mario zijn voetzolen tegen elkaar om ze op te warmen, wat natuurlijk helemaal niet werkte. De ijskoude voeten maakten elkaar niet warmer. De vloer voor de pot liet duidelijk de afdrukken van zijn voeten zien, ook dat was een beetje gek. De afdrukken waren flink wat groter dan de omtrek van zijn voeten en glinsterden zilverachtig alsof je door kraakhelder ijs naar de zwarte bodem van een meer kijkt. De vloer kon niet koud genoeg zijn dat er afdrukken van zijn voeten op kwamen. Het was gewoonweg natuurkundig niet mogelijk.

Nog in yoga-houding trok hij door. Druppels spetterden tegen de onderkant van zijn billen. 'Is dit nu goor omdat het water uit de wc is, of juist schoon omdat het water vers is?' Mario had geen idee of andere mensen ook dit soort gedachten hadden. De vraag vond hij fascinerend, en zonder er verder over na te denken zette hij zijn voeten voor zich neer om naar boven te gaan voor nog een half uurtje extra slaap. Maar vooral om in bed op te warmen voor hij naar zijn werk moest. Zijn voeten waren zo koud dat hij de vloer niet voelde. Te laat besefte hij zich dat zijn voeten niet op de tegels stonden maar op een soort koude, kleverige substantie. Onderaan zijn benen zag hij de afdrukken die zijn voeten achter hadden gelaten. De rest van de vloer was nog steeds gewoon gemaakt van tegeltjes, al wiebelden die wel een beetje, ze golfden licht als hij zich bewoog. De afrukken groeiden langzaam naar elkaar toe zodat er een cirkel ter grootte van een flinke hoela-hoepel was ontstaan waar Mario langzaam in zakte.

'Raar eigenlijk, dat ik niet in blinde paniek aan het schreeuwen ben nu,' dacht hij rustig, 'aangezien ik door de vloer van mijn toilet in een kleverige substantie wordt gezogen. Vreemde manier om te sterven, misschien haalt dit de krant wel.' En misschien werd hij wel gek. Niet dat hij het type was om gek te worden, nee, dat niet. Hij was behoorlijk slim en had geen enkele aanleg tot zweverigheid. Dus het wegzakken had, volgens zijn redelijke aanname, een verklaarbare oorzaak. En zodra hij die oorzaak achterhaald had kon hij er iets aan doen. De kleverige substantie reikte tot aan zijn middel. Hij was even bang geweest dat het omvatten van zijn scrotum ervoor zou zorgen dat hij nooit meer kinderen zou kunnen krijgen. Redelijkerwijs was dit niet het geval, aangezien zijn benen ook niet aanvoelden of ze het niet meer deden. Sterker nog, ze voelden gespierd en sterk. Zijn penis straalde macht uit, nu die ondergedompeld was in de vloer van het toilet. Wat eerst een prima manier leek om te sterven, verzuipen in de vloer van het kleinste kamertje, begon steeds meer te lijken op een wedergeboorte. De vage pijn die hij altijd had in zijn maag was verdwenen vanaf het moment dat hij tot zijn ribben tussen de tegeltjes verdwenen was.

Even twijfelde hij of hij zijn adem in moest houden toen het laatste stukje van zijn kin onder kwam te staan. Hij voelde zijn hart in zijn borstkas kloppen en het bloed in zijn aderen stromen. Zijn handen konden vrij bewegen en spartelen met zijn benen ging ook goed, zij het allemaal niet zo makkelijk. Het gevoel leek een beetje alsof hij probeerde door een pan met pannenkoekenbeslag te zwemmen. Niet dat hij dat ooit gedaan had maar hij kon zich voorstellen dat het ongeveer zo zou voelen. Dikker dan water en dunner dan gel, of zoiets. Mario had geen idee waarom hij dit precies aan het bedenken was toen hij de eerste golf kleverige substantie in zijn mond kreeg. Het deed geen pijn, en het smaakte niet vies. Hij voelde zich prima, op deze bijzondere ochtend. Met de substantie in zijn neus rook hij alles wat hij kon ruiken en met zijn gesloten ogen zag hij alles wat hij wilde. Hij voelde zijn hersens werken op topsnelheid vanaf het moment dat hij helemaal ondergedompeld was.

Eigenlijk had hij verwacht te vallen op het moment dat het spul zich boven zijn hoofd sloot. Dat gebeurde niet en hij opende zijn ogen In de verte ontwaarde hij een vorm. Bijna automatisch begon hij zwembewegingen te maken. Mario bewoog. Hij had het allang niet koud meer. Hij voelde zijn lichaam niet, en tegelijkertijd leek het alsof zijn zenuwen zich uitstrekten tot in de oneindigheid van het heelal. Een rare gedachte. Een onmogelijke gedachte, zo zwemmend onder de vloer van zijn toilet. En toch waren de tentakels aan het einde van zijn gevoel overal. Er was geen onderscheid meer tussen de Mario die zonder pantoffels naar beneden was gelopen om zijn blaas te legen en de rest van de kosmos. Hij was alles en alles was hem. Het kostte hem even moeite om zich te concentreren. Tot de verwondering over zijn situatie het won van het heerlijke gevoel van eenheid met alles. Het bracht hem weer een stukje dichterbij zichzelf en de vorm waar hij naartoe wilde.

Het zwemmen ging hem steeds beter af. Het was aangenaam om te doen en hij maakte een buiteling voorover. Mario veranderde zijn koers een beetje en cirkelde om de vorm heen. Hij zag nu duidelijk een gehoekte figuur, het leek op een mens in de houding van De Denker, van Rodin. 'Toch vreemd om juist dat beeld in de kosmische eeuwigheid tegen te komen,' Mario lachte, buitelde en strekte zich uit naar het kunstwerk. Zijn handen waren langer dan zijn armen, die zich uitstrekten van het moment dat hij besloot om op te staan tot waar hij naartoe wilde. Er was geen verschil tussen afstand en tijd. Er waren geen meters en minuten meer. En er was geen heden of verleden. Er was alleen Mario, en De Denker, en een zee van oneindige vrede.

Met zijn alomvattendheid trok Mario zich naar het beeld toe. Hij omarmde het en wilde het knuffelen. Hij kende het beeld alleen van plaatjes, want hij had het nog nooit in het echt gezien. Op dit moment was hij zelf het beeld. Hij leefde het leven van het beeld en het beeld leefde het zijne. Met zijn armen en zijn lichaam en zijn leven om het beeld heen gewikkeld begon Mario zelf ook weer gestalte te krijgen. Het eerste wat hij voelde als aparte onderdelen van zijn wezen was de onderkant van zijn voeten. In elke vezel van zijn voetzolen voelde hij zichzelf. Hij voelde de rimpels in zijn huid en de plekken waar zijn tenen elkaar raakten. Hij voelde de aanraking van de lucht en de hij voelde de lekken waar de onderkant van zijn voeten de koude vloer raakten. Het gevoel trok omhoog naar zijn enkels en onderbenen. Langzaam kregen zijn benen vorm, en werd de regio van zijn heupen weer een kantelpunt van een lichaam wat met de knieën gebogen in zittende houding was gevormd. Mario kon de humor er wel van inzien. Zijn ontmoeting met de kosmos begon zittend op de plee, en eindigde als een van de beroemdste kunstwerken ter wereld. Hij zag in dat kunst vergankelijk was, dat de mensheid een vonkje was in de tijd en dat hij, Mario, in het geheel der dingen werkelijk helemaal niets voorstelde.

Een heerlijk gevoel maakte zich van hem meester toen zijn hoofd weer een hoofd was en de eeuwige tentakels die gevuld waren geweest met zijn zenuwbanen weer eindigden bij zijn billen op de wc-bril. De spetters uit zijn stortbak zaten er nog, dat kon hij voelen. En net zo automatisch als hij was begonnen te zwemmen toen hij helemaal was ondergedompeld in de kosmische alomvattendheid stond Mario op toen hij weer beperkt was tot zijn eigen ik. Met een tevreden gevoel liep hij de trap op, het hout onder zijn voeten voelde warm aan na de koude tegels van de wc. Zijn bed was nog warm en toen hij tegen zijn vriendin aan ging liggen was hij blij dat hij even naar beneden was gegaan.

"Ben je wezen plassen," vroeg ze slaperig. "Ja," zei Mario zacht, "onder andere." "Toch geen rare zingen hè?" "Nee, niks bijzonders," mompelde hij al half in slaap, "we kunnen nog twintig minuten snoozen voor we op moeten." "Fijn," zuchtte ze, "je voeten voelen niet eens koud aan. Was het niet koud?" "Het was prima."

Mario voelde zijn blaas niet meer en zakte weg in een heerlijke droom. Hij zweefde zachtjes op zijn matras en de afdruk van zijn lichaam voelde aan als een soort koude, kleverige substantie. De haartjes op zijn rug strekten zich uit door de eeuwigheid en omvatte de ruimte van de kosmos.