De oerknaltheorie
wo 28 augustus 2019
By: Wouter
In: Stories
Tags: #verhaal #idee #sci-fi

  Estimated read time: 10 min.


De oerknaltheorie

"Ik heb daar wel een theorie over ..."

Elke keer dat Sebastiaan zo'n zinnetje hoorde sloot hij zich af voor zijn onmiddellijke omgeving en negeerde hij het zwamverhaal wat daarop volgde. Soms duurde het een paar minuten en soms langer, maar op de een of andere manier had hij altijd door wanneer het relaas van zijn metgezel voorbij was en er van hem een reactie werd verwacht. Meestal bleef hij dan stil, of zei hij een gemeenplaats. En nu, in zijn eigen wereldje, bedacht hij zich dat er best eens wat kon veranderen aan de ontstane situatie.

Een paar weken geleden had zich een patroon aan Sebastiaan geopenbaard. Het was tijdens een rit als deze, een rit zoals elke rit die ze de afgelopen jaren bijna dagelijks samen maakten, dat hij merkte dat hij in een compleet ander universum was dan waar zijn reisgenoot zat te oreren over een onderwerp waar ze toevallig op aanbeland waren tijdens hun gesprek. Vaak hadden ze het overal en nergens over, en was het best gezellig. Tot er iets gebeurde, Sebastiaan wist niet precies wat, waardoor zijn gesprekspartner minuten lang het woord nam en hij stil was. Alsof hij moest luisteren omdat het belangrijk voor hem was. Alleen was dat het nooit. Het waren altijd theorieën over onmeetbare zaken, ongefundeerd economisch gezwam en ellenlange geschiedkundige verhandelingen, vaak over een terugkerend thema genaamd de 'rode draad'. Doodsaai.

Het begon soms ongemerkt maar die keer dat het patroon zich aan Sebastiaan openbaarde had een duidelijke aanleiding, misschien dat hij daardoor wel werd geattendeerd op iets was al langer aan de gang was maar altijd verborgen bleef onder die verhullende deken van de ontstane gespreksroutine. Naar mate zo'n dagelijkse rit vorderde werd de gespreksstof langzaam dunner. Blijkbaar tot er ongemerkt een scheuring ontstond in het weefsel van hun conversatie waarna alleen Harry sprak en hij luisterde. Die ene keer had Sebastiaan, al voor dat ze nergens meer over konden praten geprobeerd de muziek wat harder te zetten. De radio stond altijd zo zacht dat er wel een hoorbaar gemurmel uit de boxen kwam maar je nooit kon verstaan wat er gezegd werd. Muziek kon je net horen als er niet gepraat werd in de auto.

"Hey," Sebastiaan draaide de muziek harder, net boven het murmelende niveau waar het normaal op stond "dit is dat liedje waar ik het gisteren over had."

Nog voor Sebastiaan iets meer kon zeggen had Harry de radio al teruggedraaid.

"Ik vind het gevaarlijk en storend als iemand met me 'meerijdt'. Ik ben als chauffeur verantwoordelijk voor het veilig en correct besturen van dit voertuig en dat betekent dat dit soort beslissingen, beslissingen die van invloed zijn op het welbehagen van de bestuurder en de mate waarin de bestuurder in staat is om zijn taken naar behoren uit te voeren, primair bij mij dienen te liggen." Harry hield tijdens het spreken zijn ogen strak op de weg. Sebastiaan keek hem aan en herkende iets in het profiel van zijn reisgenoot, iets wat hij daarvoor niet had gezien omdat hij er nooit op had gelet. Harry zuchtte, alsof hij iets voor de zoveelste keer ging uitleggen aan een klein kind.

"Deze auto is een geheel, en dat geheel is per definitie veilig. Zie een auto als een ongevaarlijk maar ook onbeweeglijk object. Dat object, mits niet verstoord, doet geen mens kwaad en heeft geen enkel nut, behalve in sommige gevallen esthetisch dan. Zodra je die balans gaat verstoren, door in de auto te gaan zitten, de motor te starten en te gaan rijden, verstoor je ook de intrinsieke veiligheid van het object, je kruist het object met verschillende onveilige objecten zoals mensen en je compromitteert de inertie door het voertuig in beweging te zetten waardoor de veiligheid ook weer afneemt. Het systeem kan alleen maar veilig blijven als de verstoringen beperkt blijven en op een gecontroleerde manier worden toegediend. Een bestuurder is niet alleen de persoon die een auto, met passagiers, van plaats A naar plaats B brengt, maar ook degene die bepaalt hoe hard dat gaat, of de ruitenwissers aan moeten en hoe hard de radio aan mag, om maar een paar dingen te noemen. Het zou een puinhoop worden als een passagier ook kon bepalen hoe hard een auto gaat, nietwaar? Dat is het mooie van dit systeem, zeker als je kijkt naar de basis van het systeem, een abstractielaag dieper, daarin zie je dat ..."

Sebastiaan luisterde al niet meer. Het hele systeem, inclusief de basis en abstractielagen daaronder werd in een lange monoloog uitgelegd. En net zoals Sebastiaan iets herkende in de houding van zijn reisgenoot, merkte hij iets op in zijn eigen reactie. Hij werd stil, deed alsof hij luisterde en verplaatste zijn eigen wezen naar een ander universum waar het geblaat van Harry een zacht murmelend achtergrondgeruis was wat je alleen kon horen als er niemand geluid maakte. Vreemd genoeg was dat laatste het geval op de momenten dat Harry 's monoloog even stilviel voor een bevestigend gemompel van zijn publiek, waarna hij weer verder ging met het verhaal. De conclusie die Sebastiaan uit het verhaal trok was dat hij niet meer probeerde de radio harder te zetten. De rest vergat hij. Alleen het patroon dat zich had geopenbaard liet hem niet los.

De dagen na het 'radio incident' lette Sebastiaan scherp op hun conversatie en op de veranderingen die het patroon aankondigden. De verstrakte houding van Harry en zijn eigen reactie daarop kwamen vaker voor dan hij zich had kunnen voorstellen. Elke rit minstens een keer, soms zelfs vaker. Harry had een aantal theorieën die hij in elkaar knoopte en verweefde tot een 'theorie van alles', elke keer weer anders geformuleerd want elke situatie behoefde een ander aspect van de theorie. In de basis was het elke keer hetzelfde riedeltje, dat wist Sebastiaan onbewust al, ook al had hij nooit echt geluisterd. Het was wachten tot Harry weer eens de term 'rode draad' gebruikte waarna hij bij het begin van de ultieme theorie zou gaan beginnen.

Sebastiaan besloot te luisteren. Het verhaal ging over de oerknal, die in het centrum van het universum krachten verzamelde. Het centrum van het heelal, de oorsprong van alles, was de ultieme leegte die probeerde het ultieme evenwicht te herstellen door via zwarte gaten materie op te zuigen. Dit duurde tot het ultieme centrum genoeg materie had opgezogen en het sterk genoeg was om een ring om zich heen te vormen. Als de ring groot genoeg werd klapt die dicht om alle materie heen, 'als een balletje wat eerst een platte schijf was maar nu een bol met daarin het gehele, uitgedijde, heelal. Alles!' Dat balletje kromp dan onder zijn eigen gewicht ineen, als een maag die het heelal verteerde en samentrok. Tot het weer een puntmassa was die uit elkaar knalde en zo begon alles weer opnieuw. En de tijdsduur van dit alles was flexibel. De ene keer duurde het een paar seconden of een paar honderd miljoen jaar, en de keer erna duurde het een paar honderd miljard jaar. Want de ring om de kern groeide niet altijd op hetzelfde tempo en de ring kon pas dichtklappen als alle materie er tussen zat. Er moest dus een moment in de tijd zijn waarop de ring op geen enkel punt met een planeet, ster of brokje steen kruiste. Op het moment dat er een perfecte ring rond de kern was zou die dicht klappen, om alles te resetten. In de tussentijd gedroeg alles in het heelal zich volgens de wetten die waren ontstaan op het moment dat de puntmassa uit elkaar knalde. En die wetten lagen vast en bepaalden alles wat er in de periode tussen twee oerknallen gebeurde.

In de stilte die viel werd van hem verwacht dat hij iets zei, wist Sebastiaan. Normaal mompelde hij bevestigend waardoor Harry het gevoel kreeg dat zijn uitleg afdoende was. Vaak keerde de gesprekssituatie dan weer terug naar normale modus tot het hele ritueel van oreren en wegcijferen weer opnieuw begon, net als de ongedefinieerde situatie tussen het moment waarop alle materie in het universum zich in een puntmassa bevond en de oerknal die de massa weer bevrijdde. Sebastiaan wist ook dat hij de verhandeling van Harry kon verlengen door een random vraag te stellen, liefst met een element erin waar ze eerder over gesproken hadden.

"En dat verklaart dus ook waarom het verstoren van de inertie van de auto geen echt extrinsiek gevaar is maar een verstoring van de wetten van het heelal, en dus een intrinsieke verstoring is?" De vraag was onzinnig en leek op echte taal met een echte bedoeling maar was het equivalent van een computer gegenereerde tekst, samengesteld op basis van andere teksten. 'Een conversationele implementatie van het Markov algoritme', dacht Sebastiaan, 'ik heb daar wel een theorie over ...' En terwijl Harry al weer bezig was met de uitleg die hoorde bij de vraag, moest Sebastiaan zachtjes lachen. Hij luisterde al lang niet meer. De oerknal en de daarbij ontstaane wetten werden voor hem een absolute waarheid die hij meenam naar de veilige plaats waar hij zich terugtrok als hij even niet aan het gesprek diende deel te nemen.

Hij beeldde zich in dat hij de drijvende kracht achter de hele eeuwigdurende cyclus was en zag zichzelf als het centrum van het universum, op zoek naar die ene opening waar door hij zijn ring groter kon maken om zo alle materie in het heelal te omvatten. Hij beeldde zich in dat hij millennia wachtte, geduldig en scherp, op dat ene moment waarop zijn ring groter was dan de uitdijende massa van het universum en de val die al sinds het begin der tijden lag te wachten in een allesverterend ogenblik dichtklapte. Precies daar, in het ogenblik dat alles alles was en niets niet bestond herstartte hij het universum met zijn eigen, aangepaste wetten. Een van die wetten was dat Harry niet zou ontstaan.

Het duurde even voor Sebastiaan wist wat hij moest doen in de stilte die volgde. Eerst mompelde hij wat om ervoor te zorgen dat Harry ophield met zijn eindeloze uiteenzetting. Maar Sebastiaan was ineens wakker toen hij merkte dat de auto snelheid verloor en begon af te buigen naar het midden van de weg. Hij keek naast zich en zag niemand achter het stuur. Er was geen Harry in zijn universum en toch was hij op deze plaats beland, in een rijdende auto op de snelweg naar zijn werk. In een flits greep hij het stuur en voorkwam een aanrijding met een dikke Audi die met 160 over de linkerbaan langs kwam scheuren. Hoe hij het precies deed wist hij niet meer maar het lukte Sebastiaan om zijn gordel los te krijgen en over de versnellingspook heen te klimmen en plaats te nemen op de bestuurdersstoel. Bij de eerste parkeerplaats langs de snelweg stopte hij om zijn situatie te overdenken.

Het voelde gek. Ook in een universum waarin Harry niet bestond wist Sebastiaan dat hij niet in zijn eigen auto zat. Door de wet te veranderen had Sebastiaan een situatie gecreëerd die in onbalans was. Een kosmos die intrinsiek onveilig was, niet door er een object aan toe te voegen maar door er een uit te verwijderen. En bijna was het zijn dood geworden. Toen de schrik uit zijn lijf verdwenen was probeerde Sebastiaan zich voor te stellen hoe dit weer kon worden hersteld. Hij legde zijn handen op het stuur en beeldde zich in dat Harry een lang en onzinnig zwamverhaal begon. Bijna automatisch dwaalden de gedachten van Sebastiaan naar de wereld waarin hij zich al zo vaak had teruggetrokken. De tijd in die wereld ging volgens een ander stramien, en ook nu lukte het hem om de ring te vinden. Dit keer ging het makkelijker. Hij duwde en wachtte en duwde de ring verder. Elke keer weer. In de werkelijkheid was er misschien een ogenblik verstreken maar in de wereld van Sebastiaan ging de tijd voorbij alsof die niet bestond. Tot het moment dat de ring dicht kon klappen en Sebastiaan meester was over de nieuwe cyclus van oerknal en de wetten die daarbij hoorden. Hij wenste dat de situatie weer was zoals die daarvoor was, dat Harry weer was ontstaan en dat ze samen onderweg waren naar hun werk.

Sebastiaan zat met zijn handen op het stuur en zijn ogen dicht. Hij hoopte dat het gewerkt had toen hij zich realiseerde dat het nooit kon werken zolang hij zelf achter het stuur zat maar al snel werd hij gewekt uit zijn overpeinzing door een bekende stem naast zich.

"Moet je nou nog plassen of kunnen we verder?"

Met een ruk draaide hij zijn hoofd, Harry zat naast hem. Hij draaide zijn hoofd weer terug en mompelde dat hij niet zo'n zin had in een gore plee langs de snelweg en dat hij toch niet zo nodig moest. Hij startte de motor en ze vervolgden hun weg.

Die middag kwam Sebastiaan zijn kantoorgebouw uit, en op de afgesproken plek stond Harry in de auto te wachten, zoals hij al jaren deed. Alleen zat hij nu op de passagiersstoel. Sebastiaan stapte in en mompelde dezelfde groet die hij altijd mompelde, en Harry mompelde hetzelfde terug als de afgelopen jaren. Toen startte Sebastiaan de auto, en ze kletsten over van alles, zoals ze altijd deden. En toen in het gesprek het moment naderde dat Harry in een van zijn oraties zou vervallen draaide Sebastiaan de radio harder.

'Leuk liedje', zei hij. En hij keek met een grijns door de voorruit toen Harry stilviel om mee te luisteren. 'Toch eens proberen achter te komen waarom ik altijd achter het stuur zit,' dacht Sebastiaan. 'Maar voorlopig vind ik het wel best zo.'