Zoetwatervissen
vr 30 september 2011
By: Wouter
In: Vlechtwerk
Tags: #fok #verhaal #vlechtwerk

  Estimated read time: 8 min.


Zoetwatervissen

We noemden het zoetwatervissen. De eerste keer dat we dit deden was onschuldig genoeg in Center Parcs, waar ik geheel tegen mijn zin verbleef met mijn ouders, ooms en tantes en alle aanhang die je je maar kan verzinnen. Omdat ik liever niet mee wilde doen aan de gezelligheid, ik was altijd al een eenling, zwierf ik rond op het terrein. Mijn moeder had me op een rantsoen van één blikje cola per dag gezet omdat ik anders de hele voorraad die ook voor mijn neefjes en nichtjes bedoeld was leeg zou drinken. Om toch de hele dag het gevoel te hebben met cola rond te lopen vulde ik mijn lege blikje telkens bij de kraan.

Op een van mijn tochten door de bungalowstad ontmoette ik Cobi. Een Japanner, maar dat wist ik toen nog niet. Hij zat doodstil in een tuintje achter een huisje waar ik langs liep. Haast onzichtbaar. Zachtjes sloop ik zijn kant op. Hij was zich niet bewust dat hij, de voyeur, bespied werd. Ik sloop verder zijn kant uit, en verwachtte dat hij zou schrikken toen hij me zag. Niks was minder waar. Met een verbaasde knik merkte hij me op. Vervolgens wees hij met een knikje naar het huisje waar hij aan het posten was.

"Het gaat zo weer beginnen," en hij duidde op de grote schuifdeur die naar de achtertuin leidde. Tegen de schuifdeur lag een klein, beschut terras wat aan een kant omzoomd werd door de bosschages waar wij ons in verstopt hadden. Het stukje tuin, waar alleen twee ligstoelen en een klein plastic tafeltje stonden, was aan het zicht onttrokken door een aantal grote coniferen en rododendrons. Perfecte plekken om je te verstoppen. Ik wachtte, een beetje hupsend van mijn ene been op het andere om een goede houding te vinden. Niet lang nadat ik me goed en wel geïnstalleerd had ging de deur open. Een lange, donkere vrouw kwam naar buiten, slechts gekleed in een lange badstoffen jas. Ze zette een groot glas gevuld met ijs en een blikje cola op het tafeltje. Het blikje had condens op de zijkanten. De vrouw ging op een van de tuinstoelen liggen en knoopte haar badjas open. Ik had nog nooit een naakte negerin gezien. Naast me zat Cobi, hij glunderde en keek opzij.

"Mooi man," zei hij, "op deze manier wordt de marteling van een heel weekend met je familie in een hellenoord als dit tenminste weer wat dragelijker." Het was een van de meest ware en poëtische zinnen die ik ooit gehoord had. Na enig denkwerk had ik de perfecte respons verzonnen: "Ik heb hier een colablikje, gevuld met water. Zullen we die proberen te verwisselen met die van haar en kijken hoe ze reageert als er geen cola in haar blikje blijkt te zitten."

"Over twee minuten valt ze in slaap, je kan dat goed zien want dan vallen haar knieën een stukje uit elkaar zodat haar roze bloem zich openbaart."

"Dat lijkt me een perfect moment," antwoordde ik. We wachtten tot het gebeuren daar was, de bloesem opende zich licht. Cobi had niet gelogen. Er was inderdaad sprake van roze vlees tussen de benen van de verder volledig zwarte vrouw. Hoe vaak hij dit al gezien had wist ik niet. Voor mij zat de spanning er goed in. Voorzichtig sloop ik door de bosjes naar de punt van het terras. Daar keek ik goed het huisje in om me er van te verzekeren dat er niemand anders binnen was. Toen hupte ik muisstil naar het tafeltje, gedeeltelijk achter de vrouw langs. Het zweet parelde op haar borsten. Ik pakte het blikje cola op en plaatste zacht mijn blikje water op precies dezelfde plek naast haar glas. Voor ik weer de bosjes in sloop nam ik de vrouw goed in me op. Ik wist zeker dat ik vannacht van haar zou dromen. Dus was het zaak om nu de details te onthouden.

"Dat ging gesmeerd," Cobi keek vol bewondering naar mijn blikje waar ik hem een slok uit aanbood, "nu is het wachten geblazen." Ik knikte en nam ook een slok.

Uiteindelijk duurde het meer dan een uur voordat de vrouw weer wakker werd. Ze richtte zich half op en greep naar haar drinken. Verbaasd keek ze naar het water in haar glas. Ik wist niet wat ik moest doen. Lachen, iets roepen of wegrennen. Het hele moment suprème werd snel en effectief in de kiem gesmoord door het slachtoffer. Tot nu toe had er een zweem van erotische mysterie om haar heen gehangen. Dat hadden Cobi en ik tijdens het wachten vast weten te stellen. Die verdween ogenblikkelijk toen ze zich naar de geopende schuifdeur wendde en riep: "Sjors! Mijn blikkie cola zit vol water. Breng eens een nieuweh!" Een viezige stem met een afzichtelijker accent had ik nog nooit gehoord. Gelijktijdig besloten Cobi en ik de verdere gebeurtenissen niet meer af te wachten. Zonder dat we opgemerkt werden gingen we er vandoor. Buiten de tuin zei hij droog: "Nou, daar hoef ik niet meer te gaan kijken, zullen we morgen bij het zwembad gaan zitten?" Ik vond het een goed idee.

Het was het begin van een vriendschap die precies een week duurde. Nadat de beide families huiswaarts waren gekeerd hadden we geen contact meer.

Het Tonnetje was de kroeg waar ik af en toe terecht kwam toen ik ging studeren. Het was niet echt een studentenkroeg, en dat trok me wel van de tent. Buiten een paar vaste klanten uit de studentenwereld kwamen er voornamelijk verlepte vrijgezelle dertigers die wanhopig probeerden te scoren. Er waren kapsters, kassières en er was een hoop drank. Het was voor mij een plek om niet deel te hoeven nemen aan het studentenleven. Ik kwam er omdat het meisje waar ik af en toe bij bleef slapen een hekel had aan de kroeg. Lucinda was het type modelstudente. Alles wat ze deed was gericht op het smalle blikveld van een student. Ik interesseerde me meer voor de rest van de samenleving. In haar beleving had je studenten en burgers, dat was haar manier om een beetje overzicht te houden. Ik zag overal dezelfde chaos. Ik weet niet precies waarom ze me aantrekkelijk vond. Misschien omdat ze dacht dat ze me in het gareel kon krijgen, of omdat mijn zelfstandigheid een pluspunt was ten opzichte van de veel plattere studentenballen waar ze de rest van haar tijd mee om ging. Het kan ook goed zijn dat ze het zelf niet wist, en dat ik een handig werktuig was in haar sociale gereedschapskist. Zoals met zo veel dingen dacht ik er niet te veel over na.

Op een avond zat ik aan de bar. Het was er niet zo druk. De gebruikelijke vulling van het Tonnetje bestond uit rokende en drinkende mensen die constant een oog gericht hadden op de omgeving. Een kerel, van mijn leeftijd met een zwarte trui met capuchon zat enkele krukken van mij vandaan, met zijn rug naar me toe naar een glas water te turen. Naast hem stond een enorme bal, type afgestudeerd maar nog steeds lid van de vereniging omdat hij nog student wilde blijven, een dame te versieren. Ze had het allemaal, gouden kettingen, plofkopkrullen en acht martini's te veel op. Hij was ook absoluut niet nuchter meer, al probeerde hij te doen alsof hij nog alles wist. Ik ving flarden op van het gesprek, dat ook werd gevolgd door de kerel met capuchon. Zoals gebruikelijk deed ik niet al te veel aan socialiseren. Ik keek liever naar de mensen om me heen. De luidruchtige bal dronk op hoog tempo whisky cola. Hij bestelde, nam een grote teug, hing over de dame heen, betastte haar, nam een grote teug, deed weer ongeveer hetzelfde en leegde theatraal zijn glas met een laatste teug, waarna hij weer bestelde. Na de eerste grote teug van een nieuw glas verwisselde de man met de capuchon zijn glas water met de whisky cola. Hij stond op en liep met het glas whiskey cola in de hand langzaam weg. Ik zag de hand van de bal, na het rondje betasten, naar het glas gaan en wist dat de vent met de capuchon stond te kijken. De bal gooide het glas halfvol in zijn keel, en proestte de inhoud van zijn mond uit over de del met krullen. In de consternatie die volgde draaide ik me om naar waar ik de grapjas had zien vertrekken. De maten van de bal hadden de grootste lol, en de del ging verontwaardigd weg. Twee dingen die de bal totaal niet kon waarderen. Hij was zijn slet kwijt, en wilde wraak op degene die hem de avond van zijn leven gekost had. Zijn maten zagen de ernst van de situatie in, en er ontstond een rellerige sfeer met veel geschreeuw en dronken agressie. Ik had dit tafereel wel vaker gezien, en liep richting uitgang. Toen ik hem zag trok ik de man met de capuchon aan zijn mouw.

"Cobi, die gasten kunnen je bloed wel drinken. Het is beter dat we gaan." Hij was niet echt verbaasd dat ik zijn naam wist. Hij sloeg het drankje wat hij gejat had achterover en liet zich door me meevoeren naar buiten.

"Misschien is het wel beter de gebeurtenissen niet af te wachten, nee," zei hij opgewekt. Zijn ogen waren dicht, en toch kon hij zien. Ik verbaasde me aan mijn kant nergens over. Aan zijn manier van lopen merkte ik dat hij minstens net zo dronken was als ik.

"Ik weet een plek om de avond in stijl af te maken," we kwamen ongezien buiten en samen liepen we richting de Drekstier, "Je stunt kwam me bekend voor."

"Ah, wellicht kennen we elkaar dan toch," zei hij met een licht peinzende blik, "het is namelijk niet mijn eigen truc. Ik gebruik hem af en toe om een beetje leven te brengen in duffe tijden."

"Het is een prima manier om," ik stak tussen de intro en de zin die alles duidelijk moest maken een sigaret op om het effect te vergroten, "de marteling van een heel weekend met je familie in een hellenoord als dit," en ook hier pauzeerde ik weer even, "wat aangenamer te maken."

Dat zinnetje trok een gulle lach over het gezicht van Cobi. Zwijgend zetten we onze wandeling naar de Drekstier voort.

Deel 2

Lees (en reageer) op fok.nl